Skip navigatie

Informatie

In de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) is geregeld dat een fusie van besturen en/of instellingen in het mbo niet kan plaatsvinden voordat de Minister daarvoor goedkeuring heeft verleend.

De minister kan goedkeuring onthouden indien de fusie de daadwerkelijke variatie van het onderwijsaanbod op significante wijze belemmert. Dit betekent dat er gekeken wordt naar de diversiteit van onderwijsaanbieders in het mbo en het totale aanbod aan voorzieningen.

Toetscriteria
De Regeling en beleidsregels fusietoets in het onderwijs 2017 (artikel 5) bevat toetscriteria die de CMMBO gebruikt om de Minister te adviseren. Aan de hand van – met name – onderstaande criteria komt de CMMBO tot een integrale beoordeling of de noodzaak om te fuseren opweegt tegen de gevolgen voor betrokkenen.

  • Regionale context
    Hoe ontwikkelt de instroom van studenten zich? Op welke wijze draagt de fusie bij aan het opvangen van een eventuele daling?
  • Toegankelijkheid van een divers onderwijsaanbod
    Blijft er na de fusie in de directe nabijheid van studenten een gedifferentieerd aanbod aan mbo-opleidingen beschikbaar?
  • Interne en externe doelmatigheid
    In welke mate draagt de voorgenomen fusie bij aan de (financiële) continuïteit en stabiliteit van scholen en bestuur? Hoe is het onderwijsaanbod afgestemd op het aanbod van andere instellingen in de regio en de regionale arbeidsmarkt?
  • Kwaliteit en responsiviteit van het onderwijs
    In welke mate draagt de fusie bij aan het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs en de mogelijkheid om in te spelen op veranderingen (innovatie)?
  • Menselijke maat
    Hoe wordt de organisatie van het onderwijs ingericht? Wordt de organisatie zodanig ingericht dat deze voor de individuele student en leraar herkenbaar, toegankelijk en overzichtelijk is? Waar kunnen personeel, studenten en ouders in de dagelijkse praktijk terecht met vragen en klachten?
  • Intern en extern draagvlak
    In welke mate kan de fusie rekenen op steun van medezeggenschapsorganen en externe belanghebbenden, zoals het bedrijfsleven?